Hoe denken je gevoel bepaalt – corona zelfhulp deel 2

In blog hoe omgaan met angst deel 1 is er al beschreven hoe denken, handelen en doen elkaar beïnvloedt. In dit blog ga je ik je daar meer achtergrond over geven. 

Het zijn onzekere tijden in deze coronacrisis. Iedereen doet zoveel mogelijk z’n best om er het beste van te maken. Dat is niet altijd gemakkelijk. We hebben het dan momenteel erg druk. Zowel in alles wat we moeten doen: thuiswerken en gezinsleven, maar vooral in ons denken. Althans, zo beleef ik het. Door de constante informatiestroom, drukte en alle onzekerheden denk ik voortdurend over van alles en nog wat na. Dit kan zowel negatief als positief zijn. Het ene moment op de dag denk ik: ‘Dit lukt me helemaal niet, ik bak er niks van’ en een moment later: ‘Wat fijn om zo met z’n drietjes op dinsdagmiddag te lunchen.’. Hetzelfde geldt voor hoe je je de gedurende dag voelt. Gevoelens van rust, geluk of blijdschap wisselen af met angst, irritatie of frustratie. 

Denken – voelen -doen

Waarom zoveel aandacht voor deze 3 zul je je afvragen. Maar wat veel mensen pas voor het eerst horen als ze bij ons in de gesprekskamer zitten, is dat deze drie samenhangen en elkaar continu beïnvloeden.  Hoe je denkt bepaalt namelijk vaak hoe je je voelt. En bepaalt ook wat je doet hoe je je voelt en daarmee ook weer hoe je denkt. Laat ik beginnen door dit eens uit te tekenen.

Als je denkt dat het toch niet goed doet en je je gefrustreerd en geïrriteerd voelt vergroot dit de kans dat het ook niet lukt. Op deze manier denken kan er bovendien ook (onbewust) voor zorgen dat je minder je best gaat doen. Het is dan immers toch niet snel goed genoeg. 

Je eigen gedachtes bepalen gedurende de dag je gevoelens en wat je doet. Als je denkt: ‘Ach ik heb toch al twee chocolaatjes gegeten, nu is het gezond eten al mislukt’, zul je je misschien schuldig of mislukt voelen en is de kans groot dat je er nog meer eet (want wat maakt het dan nog uit?). Een andere gedachte: ‘Die twee chocolaatjes waren lekker, ik pak nu het gezonde eten weer op’ zal mogelijk voor het tegenovergestelde zorgen.

Wanneer je denkt: ‘ik ben ook zo vreselijk chaotisch, structuur aanbrengen kan ik toch niet.’ dan is de kans dat het niet lukt om je een aan planning te houden ook veel groter. Een gedachte als: ‘Ik ben dan wel chaotisch, maar met een beetje hulp van een uitgeschreven planning en van mijn partner, lukt het vast.’ maakt dat je weer heel anders voelt en je het ook anders doet.

Als ik naar de supermarkt ga, word ik vast besmet’ maakt bijvoorbeeld dat je je onzeker, angstig of machteloos voelt. Wanneer je denkt: ‘Als ik mijn handen goed was, eventueel handschoentjes draag, afstand houdt en niet aan m’n gezicht wrijf dan kan ik rustig naar de winkel’ zorgt ervoor dat je veel rustiger naar de winkel gaat. 

Denkfouten

Wanneer we inzoomen op het bovenste gedeelte van de driehoek – gedachtes-, dan is het belangrijk je te realiseren dat je manier van denken gekleurd kan zijn door té negatieve of niet-constructieve denkpatronen. Kort door de bocht worden dit ook wel ‘denkfouten’ genoemd. Iedereen maakt deze denkfouten in meer of mindere mate. Een aantal voorbeelden hier van zijn:

  • Emoties verwarren met feiten: je denkt dat iets waar is, omdat je het zo voelt (en dus heel erg gelooft). ‘Ik voel aan dat het zo is, dus moet het wel zo zijn.’
  • Teveel denken in moeten: strenge eisen stellen aan jezelf of anderen en hier geheel aan moeten voldoen. ‘Ik moet er voor zorgen dat ik geen fouten maak.’ of ‘Ik moet mijn uren kunnen werken, voor mijn kinderen kunnen zorgen en het eten op tijd op tafel hebben’.
  • Gedachtes van anderen lezen: invullen wat de ander denkt of vindt. Zoals: ‘De buurvrouw zwaaide niet naar mij, ze mag me vast niet’.
  • Denken in rampen: Een te negatieve verwachting hebben van de toekomst zonder rustig en met een open blik naar alle mogelijkheden te kijken. ‘Ik denk dat het niks wordt met die nieuwe regeling van de overheid, ik word vast werkloos.
  • Een mening als een feit beschouwen: Een denkfout die op de loer ligt met alle media die op ons af komt. Uitspraken van je tante op facebook of arts uit Amerika kunnen altijd nog slechts een mening zijn in plaats van een feit. ‘Ik las of ik hoorde dat je elke dag je keel met water moet spoelen’.
  • Denken in extremen: iets is goed of slecht, mooi of lelijk etc., alles of niks: ‘Ik leer het nooit’ of ‘Als ik het niet perfect doe, is het compleet mislukt’. 
  • Denken vanuit selectieve aandacht: gedachtes baseren op ervaring opgedaan die vertekend zijn door selectieve aandacht. ‘Iedereen rijdt tegenwoordig een zwarte Volkswagen Polo’ was een uitspraak van mij doordat ik als trotse eigenaar van zo’n auto overal op de weg zwarte Polo’s zag rijden. Selectieve aandacht zorgt ervoor dat we eerder zien wat we verwachten te zien. 
Als je dit zo leest… herken je dan patronen bij jezelf? En herken je welke denkpatronen jij hebt over deze coronacrisis? 

Veel denkfouten maak je onbewust: je denkt immers vaak al jaren op een bepaalde manier. Eerdere ervaringen die je hebt opgedaan zorgen er ook weer voor dat je eerder dezelfde denkfout weer maakt. 

Van negatief naar positief

Denkfouten herkennen is heel helpend, want zo kun je ze omzetten in positieve gedachtes. Ik haal de driehoek denken – voelen – doen er weer even bij. Negatieve gedachtes zorgen er voor dat je vervelend of rot voelt en is van invloed op je doen. Over het algemeen zien we dat bij negatieve gedachtes en gevoelens ook bepaalde gedragspatronen horen. Zoals dingen niet doen, sneller op te geven en bijvoorbeeld thuis blijven of op de bank blijven zitten in plaats van iets te gaan doen.  En natuurlijk is er ook een positieve driehoek. Door positiever te denken, volgen er positievere gevoelens als rust en geluk en dit maakt ook weer dat er ruimte is om dingen anders te doen en nieuwe dingen te proberen. Het is heel helpend, zeker in deze onzekere tijden om bij je zelf vast te stellen welke negatieve, angstige of overkritsche gedachtes jij hebt.

Oefen met het opmerken van je negatieve gedachtes en denkfouten. Het kan helpen om ze op te schrijven en wellicht herken je dan een patroon in je denken. Je kunt jezelf hierbij afvragen: 

  • Maak ik een denkfout? 
  • Kloppen deze gedachtes eigenlijk wel? 
  • Hoe zou mijn partner, vader, buurvrouw of vriend naar deze situatie/moment/gedachte kijken?

Daarna kun je ook bedenken wat een positievere, realistische en prettige gedachte is. Door te oefenen met herkennen en veranderen van je gedachtes krijg je meer grip op de drukte in je hoofd en daarmee ook meer rust in je gezin! 

In een volgende blog in deze reeks (deel 3) worden tips gegeven over hoe je negatieve gedachtes kunt doorbreken.