Category Archive :Achtergrond en verdieping

Daar zit ik dan, in de wachtkamer op de kinderafdeling van het ziekenhuis. Ik voel dat de tranen branden, dat ik hard aan het werk ben om rustig te blijven en om te voorkomen dat ik hier keihard ga brullen. Het zou wat zijn, in deze serene rust waar ik de enige ben die nu wacht op een afspraak…visjes zwemmen naast me in een aquarium, het zou me moeten kalmeren.  Een secretaresse is in deze stilte ontspannen aan het werk. Ze zal mij maar ineens hysterisch brullend aan de balie hebben staan. Er zou in haar ogen totaal geen aanleiding voor zijn.

Dus ik pak mijn notitieblokje en schrijf het van mij af…zo kan ik er een blog over maken om anderen te vertellen hoe medisch trauma bij ouders doorwerkt. Over nare herinneringen die ineens voelbaar zijn, als een donderslag bij heldere hemel. En hoe fijn het geweest zou zijn als er destijds een vraag kwam “hoe was het voor u?”. Dan had ik op dat moment keihard kunnen brullen, in plaats van dat ik dat nu zou willen doen, bijna 4 jaar later.

Marilene de Zeeuw maakte er vorige week een vlog over voor Vakblad Vroeg. De titel is: “baby’s na het ziekenhuis, lijfelijk genezen”. Het is een oproep aan medisch personeel om verder te kijken dan alleen de fysieke genezing. En hoewel de titel van de vlog doet vermoeden alsof het alleen om het kind gaat, doet ze ook een beroep om meer aandacht te hebben voor de ouders. En terecht, ik heb het ervaren.

Mijn verhaal over onschuldige pseudokroep

Beide dames van ons hebben aanvallen van pseudokroep. Als ze een simpel virusje hebben, kondigt zich dit aan met een blafhoest en benauwdheid. Iets wat voor mij geen issue was, omdat ik er al bekend mee was van vroeger. Mijn zusje had het ook en het leidde eigenlijk nooit tot hele nare situaties. Natuurlijk is het niet fijn als je erg hoest en dit pijn doet, je heel hees wordt, benauwd en je alleen maar kan afwachten tot het voorbij gaat. Dat voelt machteloos. Maar ik wist niet beter dan dat hoesten vanzelf over gaat en je er vooral geen zorgen over hoeft te maken.

En wat zo bij mijn zusje verliep, verliep eigenlijk ook zo bij onze oudste. Zij had haar eerste pseudokroep aanval ’s nachts toen ze 5 maanden oud was. Dit weet ik nog zo goed, omdat ze de volgende dag lachend bij mijn moeder op de verjaardag zat. Zo snel waaide het over, net zoals de aanvallen die er in de loop van de tijd volgenden. Er kwam geen dokter of hoestdrankje aan te pas en alles draaide er om door.

Bij onze jongste was dat een ander verhaal. Bij 10 maanden kreeg zij haar eerste aanval. Die aanval ging iets anders. De hele nacht bleef de pseudokroep aanhouden. Tussendoor dommelde ze wel in, dus we bleven met elkaar rustig. We hadden ook geen reden om ons zorgen te maken, want in ons hoofd zat de gedachte en het gevoel dat het altijd vanzelf over ging. Omdat ze ’s morgens nog zo’n last had, hebben we wel gelijk de huisarts gebeld. Eigenlijk meer met het idee om te horen dat het vanzelf weg zou trekken.

Onze doktersassistent, een doorgewinterde tante met een bak aan ervaring, die onze jongste op de achtergrond hoorde hoesten zei echter: “volgens mij is het goed dat jullie zo toch naar de praktijk komen”. En zo geschiedde. Nog geen uurtje later, zaten we daar. Met een baby, die (toen ik haar omkleedde en haar slaapzak openritste) al paarse voetjes had. De huisarts nam het heel serieus en belde met de kinderafdeling. Ik was gespitst, wat was hier aan de hand? Een specifiek zinnetje uit dat telefoongesprek met de kinderarts staat in mijn geheugen gegrift: “ze moet nu wel bij jullie worden opgenomen, want als ze zo de hele dag blijft en er komt vanavond nog een aanval overheen dan redt ze het niet”. 

Eenmaal in het ziekenhuis verliep het allemaal goed. Ze kreeg verneveling met medicijnen erin, waardoor haar luchtwegen snel weer open trokken. We zijn er een paar dagen gebleven en ze herstelde goed. We kregen te horen dat “sommige kinderen meer last hebben van pseudokroep en dat ze dan wat ondersteuning nodig hebben van medicatie”. Prima. Ik weet nog dat we de zomerperiode in gingen en eigenlijk niet meer nadachten over de aanval.

De aanvallen werden erger

Tot ik in de herfst op vakantie was bij mijn zusje in Berlijn en onze jongste daar weer een aanval kreeg. Ik werd al wat zenuwachtiger dan de eerste keer omdat ik wist dat onze jongste blijkbaar niet zonder medicatie uit de aanval komt. Binnen twee uur zaten we daar bij de kinderarts. Een mooi systeem trouwens in Duitsland. Ze hebben daar kinderartsen die in de wijk zitten, net zoals bij ons de huisartsen. Zo kom je met je kind dus altijd gelijk bij een kinderarts, die in de eigen praktijk ook lichte medische handelingen kan verrichten zoals de verneveling die onze dochter nodig had. Met een uurtje waren we weer buiten en konden we met medicatie weer naar huis. Dat scheelde een opname!

In de anderhalf jaar erna kreeg ze nog meerdere keren pseudokroep. We kregen van de huisarts pufjes tegen de benauwdheid die bij de aanval hoorde. Het hielp wat, maar niet zo goed als de medicatie uit Duitsland. Toen we tijdens een aanval, onze jongste was toen 3, die pufjes gaven ging ze ineens heel hard achteruit. We twijfelden, moesten we eerst naar het ziekenhuis bellen waar onze jongste natuurlijk bekend was vanwege haar opname als baby of moesten we naar de huisartsenpost. We belden voor de zekerheid de huisartsenpost (het was na 17 uur, dus we konden niet meer bij onze eigen huisarts terecht helaas).

Meer weten over pseudokroep en de richtlijnen die artsen hanteren kijk op thuisarts.nl

We belden de huisartsenpost meer met het idee dat die zou zeggen dat we gelijk naar het ziekenhuis moesten. Het enige dat onze dochter nu nodig had, was die verneveling!  Ik gaf aan dat het echt niet goed ging met haar, maar de assistent stond erop dat we eerst langs de huisartsenpost gingen. Het was volgens haar niet aan ons om te beslissen of we naar de kinderarts mochten. Nog voordat ik had opgehangen zat mijn man al met onze dochter in de auto….voor mij een teken dat het echt serieus achteruit ging. Ik probeerde in de auto rustig te blijven voor haar, maar zag de benauwdheid toenemen. Toen we bij de huisartsenpost kwamen, wist de assistent doodleuk te vertellen dat de huisarts net naar een spoedpatiënt was en dat we moesten wachten. Met ons heel erg benauwde meisje, hard blaffend als een zeehond stonden we daar. Ik kon die dame wel over de balie trekken. Was dit geen spoed?

Gelukkig kunnen artsen een betere beoordeling over spoed maken, want voor we het wisten kwamen er twee huisartsen uit een kamer omdat ze aan de hoest van ons kleintje hoorden dat het niet goed was (er waren blijkbaar dus toch artsen?!). Ik zag aan hun gezicht dat het ernstig was… en heb alleen maar herhaald: “het ziekenhuis kent haar”. En ondertussen was daar dat zinnetje van 2 jaar geleden in mijn hoofd  “anders redt ze het niet”. Ze belden met de kinderafdeling en de kinderarts die dienst had kende onze dochter. We mochten gelijk komen en de huisartsen kregen instructies welke medicijnen er in de ambulance toegediend moest worden. Ik deed niets anders dan naar tekenen zoeken hoe ernstig het was. En ondertussen hoorde ik in mijn hoofd “anders red ze het niet, anders red ze het niet”.

Had iemand toen niet kunnen zeggen “ze is erg benauwd, sommige kinderen hebben dat als gevolg van pseudokroep maar het komt goed. We hebben genoeg medicijnen die dat kunnen onderdrukken”. Dat zou mij zo geholpen hebben. Maar helaas, zo ging het niet.

Toen ze in de ambulance het mondkapje met medicijnen en verneveling kreeg kon ik pas weer wat rustiger nadenken. Nu zou de aanval wegtrekken. Waar ik overigens inmiddels kalmeerde tijdens de ambulancerit, werd manlief op de snelweg ingehaald door een ambulance met loeiende sirenes waar zijn dochter in lag met mij. Daar sloeg de adrenaline bij hem aan.

In het ziekenhuis was ons meisje helemaal uitgeput van de dot medicatie die ze gehad had. Maar de paniek was weg en de rust vanuit de kinderarts straalde door op ons beiden. Het kwam goed. We hebben een paar dagen in het ziekenhuis gelegen en kregen de medicijnen die we destijds in Duitsland ook kregen mee naar huis. Als ze ooit nog een eerste hoest zou krijgen die op pseudokroep zou lijken, dan konden we het gelijk geven en konden we daarna rustig naar het ziekenhuis rijden voor controle zonder tussenkomst van een huisartsenpost.

Tip: we hebben haar gelijk ziekenhuisspel gekocht om haar eigen verhaal uit te spelen. Dat hebben zij en haar zus in die periode vaak gedaan. En weet: het verhaal van het kind kan een andere verhaal zijn dan die van jezelf.

Trauma zat in mij

Maar trauma zat inmiddels overal in mij. In mijn hoofd, maar vooral in mijn lijf. Bij elk eerste hoestje daarna was ik weer terug bij die avond. Bij elk eerste hoestje kon mijn hoofd niet meer nadenken, de spanning gierde door het lijf, de zenuwen deden me doen trillen en ik kon niet meer logisch denken. Iets nam mij compleet over. Matrassen  en dekens sleepten we over de gang om de dame naast me te hebben liggen op die momenten. Ik bleef als een waakzaam lammetje wakker om te kijken of de boze wolf niet zou terugkeren. We zijn de twee jaar erna meerdere keren ’s nachts naar het ziekenhuis gereden om telkens gerust gesteld te worden en te horen: “het drankje heeft gewerkt, ze blijft rustig jullie mogen weer naar huis”. Er kwam zelfs een moment dat onze dochters, inmiddels 5 en 6 jaar oud,  midden in de nacht zeiden: “moeten we nu echt naar het ziekenhuis voor controle, het gaat toch goed na dat drankje”.

Dat was het punt dat ik me realiseerde dat ik de enige in huis was die nog last had van dat eerdere gedoe. Ik heb een van de kinderartsen maar eens gevraagd hoe ik rustig zou kunnen blijven? Toen kreeg ik uitleg over pseudokroep, op welke lichaamssignalen ik zou kunnen letten. Hoe zij als kinderartsen een ernsttaxatie maken, waar ze opletten. Maar vooral ook een antwoord op mijn brandende vraag: “kan ze er ook aan dood gaan?”. Ik werd gerust gesteld dat er nog verschillende middelen zijn om bij een hele erge aanval de boel toch onder controle te krijgen.

Interessant: ik was degene die last bleef houden van die nare ervaring. Onze kleine helemaal niet. Zo kan het dus werken. Elke ingrijpende ervaring wordt door een ieder anders beleefd. Door de veiligheid van ons (we bleven ondanks alles steeds kalm naar haar toe en als het mij te veel was nam manlief het over), is het voor haar geen issue geweest of geworden.

Trouwens, voor hem is een ambulance met loeiende sirenes die langs komt scheuren een herbeleving, dat heb ik dan weer niet

Mijn adrenaline die volgde op een hoestje was na het gesprek bij de kinderarts nog niet weg, maar ik kon mezelf steeds beter managen in die situaties. Inmiddels hebben we een eerste winterperiode gehad waarin we de medicijnen niet nodig hebben gehad 😊. Dat voelt heel fijn (ze heeft er voedselallergieën voor terug, maar daar besteed ik  in een later blog wel aandacht aan). Het geeft vertrouwen dat haar lijf groter wordt en virussen op een meer adequate manier aankan.

Maar hoe goed ik dacht op weg te zijn…daar in die stille wachtkamer voor een onschuldige werkafspraak, met visjes die rustig naast me zwommen, daar overviel me de emotie toch weer. Zo werkt dat bij nare ervaringen en zolang ik dat weet en weer rustig wordt, is het voor mij oké!

Merk jij dat je als ouder nog last houdt van een medische ervaring en het belemmert je, zoek dan steun. De huisarts of een behandelend kinderarts kan je mogelijk zelf wat uitleg en handvatten geven, net zoals bij mij is gebeurd. Of verwijzen naar medisch maatschappelijk werk of een psycholoog die ervaring heeft met traumaverwerking.

De meeste (aanstaande) ouders hebben een beeld over hoe ze de opvoeding willen vorm geven. Wat wil je wel doorgeven aan je kinderen en vooral ook wat niet. Het gaat dan om bijvoorbeeld opvattingen, situaties, tradities of karaktereigenschappen die je wil meegeven of juist zou willen doorbreken. Vaak komt dit voort uit ideeën die je hebt vanuit je eigen opvoeding. Maar hoe werkt dit doorgeven nu eigenlijk? Kan je allerlei patronen wel zomaar doorbreken en hoe pak je dat aan? Daarover gaat dit artikel.

Voordat we verder gaan, wist je trouwens dat er een term voor dit doorgeven is? In de zorg spreken we over intergenerationele overdracht. Patronen die je (onbewust) overdraagt van generatie op generatie. Klinkt misschien allemaal wat groots, maar ik zal wat voorbeelden geven om het klein en praktisch te houden.

Intergenerationele overdracht in het klein

Ik ben zelf nogal wat pietluttig met eten. Als iets net te veel aangebrand, te hard of te rauw is snijd ik het van mijn eten en leg het aan de kant. Pizzakorstjes eet ik alleen op, als ze in de voor mij perfecte toestand zijn (beetje bruin en knapperig, maar nog wel lekker zacht van binnen. Heerlijk!). Of ken je dat als je bestek uit een vaatwasser haalt? Soms zit er nog wat oud eten aangekoekt. Waarschijnlijk valt het veel mensen niet op, maar mij wel en ik vind het niet fris….daarom inspecteer ik altijd mijn bestek en servies voordat ik ga eten. Klein en onschuldig zou je denken.

Maar je snapt al….ik ben inmiddels niet meer de enige in huis die dat doet. Want zonder dat ik me bewust was van mijn eigen gedrag….heb ik het al doorgegeven aan de volgende generatie.

En zo gebeurt het dat ik inmiddels aan de ontbijttafel geconfronteerd word met scheve gezichten omdat het brood te droog is. Of we moeten bij een zelfbedieningsrestaurant allerlei capriolen uithalen om het schoonste mes uit de bestekbak te pakken. Tijdens de vakantie waren we uit eten bij een pizzaria….de onderstaande foto zegt genoeg.

Maar er is hoop! Gelukkig doe ik de opvoeding niet alleen, en hebben we het met elkaar over dit toch wel wat opmerkelijke gedrag. Dus zijn we de strijd aangegaan. Vanaf nu wordt alles wat op het bord ligt opgegeten en gaan we niet als een Sherlock Holms vooraf al ons bestek en servies inspecteren (en dat geldt dan ook voor mij….).

Dit gebeuren rondom het eten, daar was ik me vooraf niet zo bewust van, maar nu ik de kinderen mijn gedrag zie overnemen wel. De bekende spiegel die je wordt voorgehouden….

En dan zit ik me ineens te bedenken hoe heerlijk het toch moet zijn als je niet snel vies bent van allerlei onzinnige dingen. Dat je bijvoorbeeld gewoon fruit kan pakken en opeten zonder dat je dit eerst helemaal gewassen moet hebben. Dat je een mandarijn met van die witte draadjes erop, gewoon kan opeten zonder de mandarijn helemaal te ontleden. Of bruine plekjes op een banaan er gewoon bij vindt horen. Kortom, reden genoeg om aan de slag te gaan!

Om iets te willen veranderen bij de kinderen, zal ik eerst bij mezelf moeten beginnen. Een mooi filmpje om dit te illustreren is van Joseph Campos, een Amerikaan die veel onderzoek gedaan heeft naar ontwikkeling van jonge kinderen. Hij laat in zijn onderzoek zien, hoe groot het effect is van de gezichtsuitdrukking van ouders op het gedrag van het kind. Alleen al hoe ik kijk….bepaalt blijkbaar welk label mijn kinderen aan een situatie hangen.

Advertentie

 

Bestel hier

Kortom, ik weet dat ik mijn eigen gedrag zal moeten aanpassen om te stoppen dat bepaald gedrag generatie op generatie wordt doorgegeven. Dus als ik wat bestek krijg met wat viezigheid, reageer ik nu rustig, krab het weg en eet verder. Bij die wesp die op me af lijkt te komen vliegen, blijf ik kalm zitten en bedenk me dat de wesp er niet op uit is om me te steken en hij vanzelf weggaat als hij merkt dat ik geen bloem ben. En om te voorkomen dat we in een pizzeria de volgende keer weer met een bord met korstjes blijven zitten…zal ik toch gewoon ook zelf de korstjes moeten opeten.

Is iets echt helemaal zwart en aangebrand, dan snijd ik dat stukje er natuurlijk wel af. Gedrag moet natuurlijk wel in een balans blijven 😉 . Ik stel mezelf maar gerust met het idee dat ze ook een vader hebben die zijn bord altijd wel helemaal leeg eet.

Wat wil jij doorgeven of niet?

In deze blog heb ik je wat achtergrondinformatie gegeven over het doorgeven of juist doorbreken van patronen. Het ging nu over iets relatiefs klein en onschuldigs, maar het werkt ook zo als het gaat om emoties, angsten of boos – en agressief gedrag. Heb jij al eens nagedacht welke dingen je juist wel of juist niet wil doorgeven aan je kinderen? Of welk gedrag je van je kinderen liever anders zou zien en wat je eigen aandeel hierin is? Met de informatie uit dit blog, zou je het dan anders doen?

Wil je meer weten over intergenerationele overdracht, of andere onderwerpen die je kan gebruiken in de opvoeding? Volg ons dan via facebook of stuur een mailtje naar info@imhtwente.nl

Negen maanden zwangerschap is nodig voor de ontwikkeling van je baby, maar ook om je voor te bereiden op het aanstaande ouderschap. In circa 7% van zwangerschappen wordt de baby voor de 37e week geboren. Hoe jonger de baby, hoe meer er op ouders afkomt. In deze blog tips en adviezen voor en door ouders en professionals

Speciaal fysiotherapieprogramma ontwikkeld voor te vroeggeboren kinderen

Diana Wulms

Interview met Diana en Hellen, even voorstellen

Mijn naam is Diana Wulms. In 2002 ben ik bij de maatschap gekomen van Kinderfysioteam Enschede. Samen met Hellen Kotte mag ik in Twente de kinderen die geboren zijn voor de 32 weken zwangerschap en/of geboren met een lichaamsgewicht onder de 1500 gram een jaar lang middels het ToP-programma

Hellen Kotte

Ik ben Hellen Kotte. Samen met Gonnie van Langen heb ik een praktijk voor kinderfysiotherapie in Beuningen Dinkelland, DINK kinderfysio

Waar staat ToP voor?
ToP staat voor Transmurale ontwikkelingsondersteuning voor Prematuur geboren kinderen en hun ouders



Wat doen jullie als ToP-kinderfysiotherapeuten op het gebied van vroeggeboorte?
Het ToP-programma sluit aan bij de manier waarop tijdens de couveuseperiode wordt omgegaan met de behoefte van de baby, de individuele ontwikkelingsgerichte zorg in het ToP programma staat de hulpvraag van de ouder centraal. De ondersteuning die gegeven wordt betreft dus een vaste ‘oefeningen’, maar wordt bepaald door de behoeften van de ouders, het kind en het gezin. De kinderfysiotherapeuten die voor het ToP programmawerken streven ernaar de eigen kracht van ouders te versterken. Dit wordt ook wel gezinsgerichte zorg of ‘family centered care’ genoemd.

Wij komen het eerste jaar 12 keer thuis. Wat we tijdens het samen kijken ontdekken, leggen we vast middels een foto en dit verwerken we na ieder huisbezoek in een fotoverslag dat ouders dan toegestuurd krijgen. Na elk huisbezoek (behalve na het eerste en het laatste huisbezoek) ontvangen de ouders een verslag met foto’s van hun kind.

Wanneer zich tijdens het eerste levensjaar ontwikkelingsproblemen voordoen bij het kind kunnen wij helpen deze tijdig te signaleren en behandelen. Daarnaast kunnen wij hulp bieden bij het vinden van professionele ondersteuning als die buiten het ons werkterrein ligt.

Hoe komen ouders bij jullie terecht?
Wij krijgen vaak de overdracht van de kinderfysiotherapeuten van het ziekenhuis, waar de kinderen de laatste periode verblijven voordat ze naar huis gaan. Doordat we nu een aantal jaren dit programma bieden in Twente zijn er steeds meer kinderartsen en is er ook steeds meer verplegend personeel dat ouders vertelt over het programma.

Wat kunnen andere professionals doen om ouders van ex-prematuren te ondersteunen?
Samen kijken en puzzelen. Ouders laten weten dat het okay is dat je je kind niet altijd snapt en dat er professionals zijn die kunnen helpen met dit puzzelen.

Waar staan jullie over 5 jaar? Wat zou er dan anders moeten zijn?
Over vijf jaar zou het in ieder geval fijn zijn dat iedere ouder van veel te vroeggeboren kinderen weet dat het TOP programma er is. Dat het een preventief programma is en dat ze weten dat ze er recht op hebben. Ook als er geen grote moeilijkheden te verwachten zijn is deze manier van kijken helpend voor iedere ouder.

We denken dat er door de samenwerking met de 3e en 2e lijn al heel veel goed gaat. Ook blijkt dat deze manier van werken met deze kwetsbare doelgroep heel helpend is. Verspreiding en delen van ervaringen met andere professionals gaat natuurlijk altijd door.

Wil je meer lezen over het ToP-programma ga dan naar de website van Expertisecentrum Ontwikkelingsondersteuning Prematuren of lees de folder over het ToP-programma.



Producten uitgelicht

Speentje voor prematuren

Prematuren mijlpalen

Borstvoeding geven

Couveuse kleurboek




5 website over prematuur geboren kinderen

1. Vereniging van ouders voor couveusekinderen
De vrijwilligers van de Vereniging van Ouders van Couveusekinderen (VOC) behartigen de belangen van ouders waarvan hun kind direct na de geboorte wordt opgenomen in het ziekenhuis. Bij vroeggeboorte en ziek geborenen, ondersteunen ze baby’s en hun ouders in het ziekenhuis en daarna. Ze hebben ook een couveusedagboek ontwikkeld. Het dagboek biedt nieuwe ouders houvast in een angstige tijd, door ouders en verpleegkundigen de ruimte te bieden hun verhaal op te schrijven Daarnaast staat het vol met tips voor nieuwe couveuseouders. Het boekje is gratis te krijgen via sommige ziekenhuizen en anders via de website van ouders voor couveusekinderen bestellen.

In de webshop voor prematuren zijn speciale artikelen te koop gericht op prematuren. Zoals speciaal ontworpen fopspenen en mijlpaalkaarten.

Stichting earlybirds
Stichting Earlybirds Fotografie komt naar het ziekenhuis om ouders, van een baby tussen de 24 en 36 weken, een kosteloze reportage aan te bieden. De fotograaf legt met zorg liefde en respect jullie kindje vast zodat jullie een mooie herinnering hebben als jullie later thuis zijn. In deze moeilijke periode kan een prachtige fotoreportage een lichtpuntje en een onderdeel van verwerking zijn.

Prematuur speciaalzaak Kleine Lucas
Kleine Lucas is gespecialiseerd in kinderkleding voor de allerkleinste maatjes, namelijk maat 34 t/m 47 (vanaf 27 weken zwangerschap). Naast babykleding verkopen ze ook couveusedoeken, slingers, slofjes, mutsjes, speentjes en boeken. Genoeg leuke dingen in hun webshop

Stichting Prematurendag
Platform Stichting Prematurendag bevat allerlei informatie met betrekking tot prematuriteit, dysmaturiteit en ernstig ziek geboren kinderen, de oorzaken en gevolgen. Ouders kunnen met behulp van dit platform, makkelijker lotgenoten en infomatie vinden. Op dit platform vindt je naast ervaringsverhalen ook praktische informatie over bijvoorbeeld verzekeringen. Ook zetten de vrijwilligers zich in voor specifiek doelen, zoals Sew4nicu voor handgemaakte kleding en doeken voor in de couveuse. Vrijwilliger, sponsor of op een andere manier en bijdrage leveren? Alle steun is welkom!

Vakblad Vroeg
Op dit kennisplatform vinden professionals veel informatie over de ontwikkeling van jonge kinderen. Er is ook veel achtergrondinformatie te vinden over pre – en dysmaturen. Kijk hier wat Vakblad Vroeg allemaal aan kennis gebundeld heeft.



Boekfragment: Innana

Morgen word je één. Een jaar! Alweer een jaar voorbij. En ik voel me verdrietig. Morgen zal ik blij zijn. Want ik ben ook blij. Maar nu heb ik verdriet. Om hoe ik een jaar geleden nog niet om kon schakelen van vasthouden naar loslaten. Na al die weken waarin ik je met alle macht in mij heb vastgehouden, ging mijn lijf je dan toch ineens, en veel te vroeg, loslaten, bij 31 weken. En terwijl ik er middenin zat, heb ik het niet beseft. Niet willen zien. Het kon nog niet. Toch gebeurde het. Je ging. Zonder dat ik afscheid heb kunnen nemen van jouw ongeboren alter ego vanaf het prille begin, dringt ineens tot me door.. De snijdende pijn die dit besef oproept, brengt me razendsnel terug naar het moment van de onheilstijding, bij 20 weken zwangerschap: ‘U gaat deze zwangerschap verliezen…’Ik huil als niet eerder tevoren. Alsof ik nu pas het intense verdriet van toen écht kan voelen. Maar jij bent er. Je bent gezond. Je bent niet meer in mijn buik maar voor altijd bij me, en in mijn hart. Leef en geniet lieverd. Vlieg!

Over Inanna 
INNANA is geschreven door ervaringsdeskundige en psycholoog Annemarie Klanderman. Annemarie schrijft over haar zwangerschap waarin er veel complicaties waren en waarin ze maanden tussen hoop en vrees geleefd heeft. Het verhaal raakt je en neemt je mee in de beleving en angst die het moederschap kan overschaduwen. Meer informatie over Praktijk Klanderman of om het boek te bestellen zie haar website

Vraag jij je ook zo vaak af wat er in dat koppie omgaat, als je jouw kleintje voor je ziet? Wat gebeurt er nu in dat hoofdje, wat denken ze, wat voelen ze? Het zijn hele mooie vragen weet ik nu…want het zegt iets over je interesse in de belevingswereld van je kind. En dat blijkt heel belangrijk te zijn in de opvoeding. Daarom besteed ik in dit blog aandacht aan zoals ze noemen “mentaliseren”.

Mentaliseren is een begrip uit de psychologie… en hoewel psychologie steeds meer een plek krijgt in de maatschappij, krijgen de meeste ouders van jonge kinderen pas met een psycholoog te maken als iemand uit het gezin is vastgelopen. En dat is jammer….want kennis uit de psychologie toepassen in je opvoeding kan heel preventief werken.

Wat betekent mentaliseren?

Mentaliseren betekent dat jij bij jezelf, maar ook bij anderen kunt nagaan wat ze denken of voelen. Dat je kan nagaan wat de ander drijft. Simpel gezegd, mentaliseren gaat over het verplaatsen in de ander. En dat blijkt nu een heel belangrijk component te zijn in je rol als ouder… het kunnen verplaatsen in de belevingswereld van je kind. Onderzoek heeft uitgewezen dat het goed kunnen verplaatsen in je kind en begrijpen dat je kind zijn EIGEN emotionele wereld heeft, de band tussen jullie versterkt.

Eigenlijk is dat logisch. Stel je nu even voor dat je weer kind bent. Je staat bij de kast omdat je een speeltje wil waar je niet bij kan. Je kan het niet vertellen, want je bent nog te klein om te praten. Je wijst aan wat je wil, maar papa en mama reageren niet. Ze denken dat jij je wel vermaakt en zijn te druk met hun telefoon.  Je raakt gefrustreerd en gaat huilen. 
Papa en mama horen je huilen wel….ze worden boos en zeggen met een harde stem: “zit nu niet steeds te huilen, je hebt net eten gehad je kan geen honger hebben, ga toch eens spelen!”.
Als jij je voorstelt dat jij daar dus staat, zonder dat je kan vertellen wat je wilt maar dat je ouders wel boos op je worden en niet de moeite doen om je goed te begrijpen. Hoe voelt dat? 

Of is het fijner als je ouders goed naar je kijken, de telefoon wegleggen, naar je toekomen en bedenken wat je wilt. Dat ze rustig tegen je zeggen: “ach sorry, we waren te veel afgeleid. Jij wijst omhoog. Wat wil je?”

Welke reactie vindt jij fijner en hoe reageer je op elke reactie? Waar wordt je rustiger van of waar juist gefrustreerder van?

Vertrouwen in je ouders groeit als jouw ouders je goed snappen, begrijpen waarom je doet wat je doet n als ze je proberen te kalmeren als je overstuur bent.

Juist als een kind nog niets kan vertellen of zelf nog niet kan pakken wat het nodig heeft, heeft het jouw begrip juist extra nodig. Als een kind zich begrepen voelt door zijn ouders, wordt het sneller rustiger en krijg het vertrouwen dat ouders er voor hem of haar zijn. En dat is volgens mij wat veel ouders met jonge kinderen willen!

“Watch, wait & wonder”

In behandelingen voor Infant Mental Health maken we gebruik van de methode “Watch, Wait en Wonder”. Het wordt ingezet wanneer ouders en kinderen voelen dat ze elkaar niet meer begrijpen, of als ouders allerlei boos gedrag bij hun kind waarnemen en niet meer weten hoe ze dit moeten doorbreken. 

In de therapie vraag ik dan om samen te spelen en om naast het kind te zitten zonder iets te doen. Het enige dat ouders kunnen doen is bedenken wat er in dat hoofdje van hun kind omgaat. Als het kind rustig speelt, vraag ik de ouders in de tussentijd om naar het kind te kijken (Watch), zonder zelf iets toe te voegen aan het spel van het kind. Ouders nemen dan bewust de tijd en ik vraag ze om te wachten als ze merken dat ze zich wil gaan inmengen (WAIT).  Ouders hebben vooraf informatie gekregen, dat ze op dat moment niet wat gaan doen, maar blijven bedenken wat hun kind zou voelen, denken en wensen (WONDER).
Door als ouders op je handen te zitten (soms letterlijk als dat je helpt) en bewust na te denken wat je kleintje wil, leer je meer en beter in te spelen op de behoeftes van je kind.

Wat mentaliseren voor mij heeft betekend

En zonder dat ik het negen jaar geleden bewust mentaliseren noemde (want niemand had mij toen iets vertelt over hoe je dit al zo jong kan toepassen)…lag ik daar als hoogzwangere in een babyledikant. Om te ervaren wat ons meisje zou gaan zien als zij straks in haar bedje zou liggen. Maanden later lag ik op de grond om te bedenken hoe het zou zijn als alles hoog is terwijl zij kruipend de wereld ontdekt en at ik  hapjes babyvoeding mee, om te proeven wat zij proefde.

Het leren mentaliseren, heeft mij geholpen om onze dochters beter te begrijpen. Het is niet alleen fijn op rustige speelmomenten, maar het helpt ook bij boze buien, irritaties en strubbelingen. Het lukt me dan sneller om te bedenken hoe het voor hen is om verdrietig of boos te zijn en hoe ik ze kan helpen. En als ik kalm op die emoties reageer zijn de buien minder lang en heftig, dan wanneer ik daar vanuit mijn eigen emoties op reageer. Probeer maar eens!

Ik was me trouwens net als veel andere ouders bewust van het feit dat kinderen vanaf het eerste moment hun eigen individuutje zijn. Ook al weet je dat, soms bewust van perspectief wisselen helpt…en met de techniek van tegenwoordig kan dat gewoon vanaf je smartphone (als je kind niet in de buurt is 😉 ) Zoals bij dit filmpje van Marilene de Zeeuw en Floortje Heij.

Meer informatie

Infant Mental Health professionals maken veel gebruik van mentaliseren. Het is opvallend hoeveel informatie voor professionals ik vind op internet over mentaliseren, maar hoe weinig er nog beschikbaar is voor ouders. Heb jij n.a.v. het lezen van dit blog vragen, kijk dan welke IMH-specialist er in jouw regio is of neem contact met ons op.

Geschreven door Shanna Hoekstra & geredigeerd door Danique Krol

Iedereen kent het wel, die roze wolk waar altijd over gesproken wordt vanaf het moment dat je weet dat je een kindje mag verwachten. Maar wat als die roze wolk niet zo roze is? Shanna deelt haar ervaring met IMH Nederland.

Onderstaand verhaal is zo puur en eerlijk mogelijk geschreven. Omdat het een kwetsbaar én uitgebreid verhaal is, is deze vormgegeven als e-boek.pdf. Om het hele verhaal te kunnen lezen, is het van belang dat je de pdf hieronder download. Wil je meer lezen over postpartum depressie? Lees dan dit artikel dat wij eerder schreven voor IMH Nederland.

Heb jij zelf ervaring met een postpartum depressie of ken je iemand in je omgeving en weet je niet goed wat je moet doen? Neem dan contact met ons op zodat we samen tot een oplossing kunnen komen. Natuurlijk mag je een reactie achterlaten onder dit artikel, graag zelfs!

Geschreven door Danique Krol & Zillah Holtkamp

Het artikel over hooggevoeligheid. Wat vond ik het mooi omschreven door Danique met een kijkje in haar eigen leven… en dat kijkje gaf mij ook weer veel inzichten. Want ik zie in mijn werk als GZ-psycholoog veel jonge kinderen die last hebben van allerlei prikkels, die  boos worden of zich terug trekken in drukke situaties als een verjaardagsfeestje. Of die zelf willen bepalen wat ze eten of welke kleren ze aan trekken. In mijn setting krijg ik dan de vraag of er sprake is van Autisme.  En daarom dit blog, wanneer spreek je van Autisme en wanneer van hooggevoeligheid?

Zillah: “Wat mij vooral geleerd heeft van het blog van Danique, is dat er bij Autisme meer aan de hand is dan overgevoeligheid, onzekerheid en perfectionisme. Alleen het moeilijke op jonge leeftijd is dat kinderen zelf niet (goed) kunnen vertellen wat er in hun hoofd en lijf omgaat. Dus als volwassene zullen wij moeten kijken of er echt iets aan de hand is en wat er dan is.”

Symptomen Autisme

Bij Autisme doet zich meer opvallend gedrag voor dan bij kinderen met hooggevoeligheid. Opvallend gedrag als veelvuldig fladderen met de handen en armen, het steeds draaien van rondjes of heen en weer wiegen. Ook zie je vaak hele specifieke voorkeuren terug, zoals een fascinatie voor lichtknopjes, lampjes en lichtjes en speelgoed dat ronddraait. Door deze fascinaties zie je vaak dat ander speelgoed geen aandacht krijgt, ook al doe je als ouder je best om dit andere speelgoed interessant te maken. 

Verder zie je vaak dat de manier van contact maken anders is bij een jong kind met Autisme dan bij kinderen zonder Autisme. Soms kan het contact helemaal afwezig zijn (het kind zit in een eigen wereldje), of is het contact er alleen wanneer het kind dit zelf wil. Daarnaast komt de taalontwikkeling van een jong kind met Autisme vaak niet goed op gang. Soms helemaal niet op de leeftijd dat het zou moeten, soms juist op een heel opvallende manier. Bijvoorbeeld met een typische stemmetje, zelfbedachte woorden, of woorden die helemaal overgenomen zijn van een andere taal. En om aan Autisme te denken zal het kind van allerlei dingen iets moeten hebben.

Diagnose Autisme

Soms – wanneer het heel duidelijk is dat een jong kind zich anders ontwikkelt – spreken we al vroeg (bij 2 jaar) over Autisme. En dat doen we bewust vroeg, omdat je een kind en ouders wilt ondersteunen in de ontwikkeling en er samen voor wilt zorgen dat de klachten worden verminderd. Daarnaast heb je dan de tijd om het kind voor te bereiden op de kleuterklas. Maar bij twijfel volgen wij als professionals kinderen altijd. Het is in mijn ogen niet altijd nodig om een diagnose te stellen, veel belangrijker is de aanpak die je met elkaar kiest om het kind te helpen.

Voor Autisme heb je specifieke criteria. Belangrijk is dat een specialistisch team nodig is die over veel kennis beschikt van jonge kinderen met en zonder Autisme. Er is een website opgezet voor meer informatie, namelijk: Autisme Jonge Kind.

Bij twijfel over de ontwikkeling van je kind, bieden zij een overzicht met alle signalen waar je als ouder op kunt letten. Ook vind je hier een soort screeningsvragenlijst die je als ouder een beetje op weg kan helpen.

Afbeelding Autisme

Hooggevoeligheid

Danique: “Zoals al eerder is benoemd, is hooggevoeligheid of hoogsensitiviteit geen diagnose. Het verschil tussen Autisme en hooggevoeligheid is af en toe lastig vast te stellen. Veel kenmerken van hooggevoeligheid hebben namelijk iets weg van de kenmerken van Autisme. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het prikkelgevoelige aspect. Prikkels komen harder binnen, het verwerken kost veel tijd en dit kan ervoor zorgen dat je kind snel overstuur kan raken. Sociaal contact kan erg vermoeiend zijn en beide groepen hebben vaak de behoefte om even alleen te zijn.”

De verschillen

Waar kinderen met Autisme het vaak lastig vinden om hun eigen (en die van anderen) emoties en gevoelens te erkennen, kan een hooggevoelig kind stemmingen juist erg goed aanvoelen. Het waarnemen van lichaamstaal is erg lastig voor kinderen met Autisme. Als iemand aan hen vertelt dat het goed met ze gaat, geloven zij dit direct. What you see, is what you get. Hooggevoelige kinderen daarentegen, zijn heel goed in het lezen van emoties en hebben een groot inlevingsvermogen. Wanneer iemand hen vertelt dat het goed met ze gaat, voelen zij direct aan of dit ook echt zo is.

Daarnaast zie je bij kinderen met Autisme, dat ze vaak specifieke interesses hebben. Dus bepaalde voorkeuren voor speelgoed of onderwerpen en dat het soms lastig is om ze geinteresseerd te krijgen voor nieuwe of andere zaken.  Bij een hooggevoelig kind liggen interesses vaak breder dan bij een kind met Autisme. Hooggevoelige kinderen zijn ook vaak een stuk creatiever en je ziet veel meer variatie in hun spel.

Maar het blijft altijd goed kijken of je kind hooggevoelig is, mogelijk toch Autisme heeft of dat er niets is en gedrag bij de leeftijdsfase hoort. En bij twijfel, maak een plan en volg wat het effect is. Daarnaast is en blijft het belangrijk om goed te letten op de karaktereigenschappen van je kind. Schakel bij twijfel een professional in. Deze kan samen met je de ontwikkeling van je kind volgen en jou als ouder voorthelpen in het verdere proces. Heb je vragen over Autisme of hooggevoeligheid? Neem dan eens contact op met een van de professionals die zijn aangesloten bij IMH Nederland.

Wat zie jij als het belangrijkste verschil tussen Autisme en hooggevoeligheid?

Dit artikel is het laatste deel van een reeks over hooggevoeligheid. In het eerste artikel worden de kenmerken van hooggevoeligheid gedeeld en in het tweede artikel deelden wij tips voor ouders van hooggevoelige kinderen.

Negen maanden zwangerschap… is dat voldoende om moeder te worden? Technisch gezien wel, emotioneel gezien lag dat bij mij iets anders. En daarover gaat dit artikel.

Onze oudste dame wordt bijna 9. En dat betekent dat ik alweer 9 jaar op weg ben om mijn weg te vinden in het ouderschap. Elke keer als ik denk; ‘nu heb ik het ECHT onder de knie’, gebeurt er iets waardoor ik weer de plank mis sla. Maar de onzekerheid van het allereerste begin, die heb ik gelukkig wel achter me kunnen laten. Trouwens, voor mijn gevoel ook nog maar net een half jaar…

Dat eerste begin, ik kan het me nog goed herinneren. Je gaat van een redelijk vrij bestaan – een soort egoïstische staat van zijn waarbij veel draait om waar jij op dat moment zin in hebt – naar een 24-uurs verantwoordelijkheidsgevoel waar je niet meer vanaf komt én waarbij jijzelf altijd op de laatste plek eindigt.  

Gelukkig kunnen we deze gedachten en emoties tegenwoordig delen. Lang leve het internet, online is er steeds meer te lezen over hoe het leven er van jonge ouders uit ziet. En het liefst in cartoonvorm, net zo snel 🙂 . Zoals bij het online magazine me-to-we over het moederschap in de eerste weken of zwangerschapsstruggles bij ouders van nu. En heel belangrijk de laatste tijd, vaders heb ook hun eigen cartoons zoals de deze op de site van babybites.

Maar hoe hilarisch we er soms ook over (moeten) doen, de overgang naar het ouderschap is een heel proces. Mag daar meer aandacht voor komen? Vaak doen we dat moeder worden gewoon tussendoor, naast borstvoeding geven, je kind opvoeden, het huis schoonhouden, je lijf weer fit krijgen, je sociale contacten onderhouden en je werk weer oppakken.

Afbeelding motherhood constellation 2

Motherhood Constellation

In mijn studie tot Infant Mental Health-specialist kreeg ik de informatie en de tijd en ruimte die ik eigenlijk nodig had de jaren ervoor. Want bij dat proces van moeder worden, blijken allerlei gemixte gevoelens te horen. Daniel Stern (1985) noemt het zelfs een andere staat van zijn; zwanger zijn en moeder zijn van een baby of peuter. Het is namelijk een totaal andere fase dan de jaren ervoor.

Je bent in die fase van zwangerschap en baby’s niet meer met je normale dagelijkse dingen en denkpatronen bezig. Er zijn ineens hele andere hersenspinsels en gedachten die je niet van jezelf herkent zoals: ‘Lukt het mij wel?’, ‘Kan ik de baby kalmeren?’, ‘Hoe houd ik de baby in leven?’, ‘Houdt de baby wel van mij?’ en ‘Houd ik wel van de baby?’

Het blijkt dat je veel van al die gedachten en gevoelens kunt clusteren. En als je die op een hoop gooit, met de gedachten en gevoelens van al die andere moeders, lijken er vier veel voorkomende thema’s naar voren te komen:

  • Voel je genoeg steun voor jou en de baby?
  • Lukt het je om dat kleine wonder goed te laten opgroeien (in leven te houden)?
  • Kun je je straks wel emotioneel verbinden aan de baby?
  • Lukt het je om jezelf te passen aan je nieuwe rol?

En dit wordt door Daniel Stern geschaard onder de term “Motherhood Constellation”. Even googlen en je vindt er van alles over. Trouwens, ook vaders lijken hier wat van te hebben, maar dat is nog niet zo uitgebreid in beeld gebracht jammer genoeg. Ze voelen zich in ieder geval verantwoordelijk om het gezin te onderhouden en dat geeft natuurlijk ook zo zijn worstelingen.

Leren vertrouwen op je intuïtie

Om dit artikel trouwens niet gelijk zwaar te maken, als je op je intuïtie vaart kom je een heel eind in deze fase overgang. Voor hen die net even wat andere gedachten of gevoelens hebben, die je niet herkent van jezelf, weet dan dat dit normaal is. Het hoort erbij, soms maar even, bij sommigen wat langer. En twijfel je, praat erover met iemand die je vertrouwt.

Inmiddels weet ik uit mijn eigen 9 jaar “moeder-zijn-ervaring”, dat sommige thema’s nog wel iets langer kunnen blijven hangen. Zoals bij mij het thema; je aanpassen aan je nieuwe rol. Toen ik laatst op de fiets zat, zag ik onze dametjes voor mij fietsen en besefte ik me: ‘ik ben hun moeder. Die meiden hebben we opgevoed, een veilige haven gegeven en ze vertrouwen blind op mij. Ze zien mij onvoorwaardelijk als moeder, waar ze ook zijn, wat ik ook doe. Ik ben echt hun moeder.’ Het blijft toch wonderlijk allemaal.

Heb jij vragen over het begrip Motherhood Constellation? Stel ze dan gerust in de reacties onder dit artikel, of neem contact met ons op.

Waarom heet ons blog IMH Nederland? Waar staat IMH voor en wat betekent het? En waarom vinden wij het zo belangrijk dat dit begrip bekend raakt onder jullie (jonge ouders)? In dit artikel vertelt Zillah jullie meer.

Infant Mental Health

Voor mij begon IMH in 2016 te leven, toen ik startte met de opleiding tot IMH-specialist. IMH staat voor Infant Mental Health, wat vrij vertaald zoiets als de psychische gezondheid van jonge kinderen betekent. Voor mij als psycholoog werkend met jonge kinderen, was het volgen van deze opleiding een logische stap… en nu mijn jongste zou gaan starten op de kleuterschool had ik gelijk iets om de lege momenten mee op te vullen. Maar eerlijk, ik had me toen nog geen echt beeld gevormd van Infant Mental Health.

Totdat ik de eerste colleges had….en dacht: “Wat had ik graag gewild dat iemand mij iets over Infant Mental Health had verteld voor ik moeder werd.”

Infant Mental Health en kindontwikkeling

Technisch gezien kun je Infant Mental Health vergelijken met de fundering van een huis. Als de fundering van een huis niet stevig is, loop je later in de bouw van het huis tegen allerlei problemen aan. Zo werkt dat ook met kinderen. Tijdens de zwangerschap en de eerste twee jaar erna wordt die fundering (basis) gelegd voor de rest van de ontwikkeling van een kind. Die basis is een combinatie van het rijpen van de hersenen, lichamelijke ontwikkeling en vertrouwen krijgen in de mensen om je heen.

Ontwikkelen kost energie

Aan ouders leg ik altijd uit dat zo’n klein mensje alle energie nodig heeft om van alles te leren. Van het eerste lachje, het leren drinken uit een fles tot het eerste stapje, er moet heel veel ontdekt en vooral heel veel geoefend worden. Wist je bijvoorbeeld dat na het 2e levensjaar een kind al 80 procent van het hersenvolume heeft van een volwassene? In al die jaren erna komt er slechts 20 procent bij. Dat zegt dus iets over hoeveel er die eerste jaren geleerd wordt. Een baby en peuter die ontspannen op kan groeien, kan alle energie stoppen in deze ontwikkeling. En als ouders hoef je dit vaak alleen maar te faciliteren, het jonge kind zoekt zijn eigen uitdaging wel. Dat is juist zo wonderlijk!

Wil je meer weten over het babybrein? Lees daar meer over in het boek Babybrein van Sabine Hunnius.

Koop bij bol.com

Infant Mental Health en ontwikkeling ouders

Ook ouders zijn zich hard aan het ontwikkelen als ze een kleintje krijgen. Het ouderschap krijgt daarom een belangrijke plek binnen Infant Mental Health.

Vader of moeder worden is een eigen ontwikkelproces

En juist de aandacht voor het ouderschap was iets wat ik net heb gemist als moeder. Ik bereidde me tijdens de zwangerschap vooral voor op de baby en op allerlei praktische zaken. Er was weinig oog voor wat ikzelf nodig had. Nu 8 jaar verder, zie ik het moeder worden als een eigen ontwikkelproces.  Alles wat je voor het eerst doet, kost meer energie en maakt je onzeker. Dat geldt dus ook voor het ouderschap. Nog los van allerlei anderen zaken die door míjn hoofd spookten.

Oja, ze komen er ook achter dat er niet alleen van alles gebeurd in de hersenen van je baby. Er gebeurt ook van alles in de hersenen van ons als ouders. Bij vaders anderen dingen als moeders. Geinteresseerd? Kijk en lees dan dit nuttige artikel van NPO Focus.

Infant Mental Health stelt gerust

Maar tijdens het eerste college IMH bleken die hersenspinsels helemaal niet zo gek…sterker nog: er was een hele theorie over! Heel veel moeders hebben die gevoelens, en vaders ook. Ik kwam als herboren uit de schoolbanken…zo gek was ik niet! En daar werd het eerste zaadje geplant voor IMH Nederland, want dit zouden toch ook al die andere moeders moeten weten als ze zwanger zijn?

En nog iets wat ik leerde als moeder over Infant Mental Health: hoe belangrijk de eerste jaren ook zijn voor de rest van het leven van je kind, je hoeft het niet perfect te doen! Sterker nog, je kind leert er juist ook veel van als je fouten maakt of dingen onhandig doet. Je kan blijkbaar heel veel in de relatie met je kind herstellen en uitleggen, of voordoen hoe je een fout kunt oplossen. Daar leren ze van! Met alle druk die je in de media hoort over het belang van die eerste 1001 dagen, was dit wel een hele fijne tegenhanger.

Volgende keer meer…

Die theorie over moeders heet trouwens “The Motherhood Constellation”. We komen er in een volgend blog uitgebreider op terug. En er valt nog veel meer te vertellen over Infant Mental Health…maar alles in stukjes. En tot die tijd, leun lekker achterover, schenk jezelf een kop thee in en neem even tijd voor jezelf! 

Postpartum depressie en nu?!

Help! Je zit helemaal niet op een roze wolk na je bevalling en iedereen zegt tegen je: “Oh wat zul je een heerlijke tijd hebben nu.” Of: “Jullie zijn vast lekker aan het genieten van elkaar.” Niets hiervan herken je en het komt ook niet bij je binnen. Je voelt je niet gelukkig en je krijgt het gevoel dat alles wat je doet fout is… Je bevindt je meer op een grijze wolk dan op een roze. Wat nu?

De Baby Blues

Een baby verandert veel in je leven. Je verwacht dat je blij en trots zou moeten zijn, maar geen van deze gevoelens heb je nog ervaren. Het is normaal om je even zo te voelen, dit heet de Baby Blues. Nadat je bent bevallen, verandert er een hoop in je hormoonhuishouding en daarnaast heb je last van een slaaptekort en kan het zijn dat je veel zorgen hebt over je baby. Maar liefst 80% van de moeders heeft last van de Baby Blues: emotionele stemmingswisselingen als gevolg van alle veranderingen in je leven.

Aanhoudende klachten

Maar blijf je je wekenlang waardeloos, verdrietig, hopeloos en alleen voelen? Heb je het gevoel dat je je niet goed kunt hechten met je baby of heb je het gevoel dat je het maar niet goed kan doen als moeder? Eet je niet, slaap je niet en blijf je je slecht voelen? Dan kan het zijn dat je kampt met een postpartum depressie.

Weinig ervaringen in het leven zijn zo ingrijpend, als moeder worden. Als vrouw verandert het de relatie die je hebt met je eigen lichaam, met anderen, met je cultuur en met je eigen identiteit. Als moeder ben je in de periode na de bevalling in emotioneel opzicht meer kwetsbaar.

Je bent niet de enige. Jaarlijks ontwikkelen in Nederland twintigduizind pasbevallen vrouwen een depressie of een aanverwante stoornis.

De signalen

Kampen met een postpartum depressie heeft veel invloed op jezelf, maar ook op je partner en op je kind.  Het kan bijvoorbeeld zijn dat je minder interesse toont of vaak kritischer ten opzichte van een ander bent. De invloed op je kind hangt af van meerdere factoren, zoals de persoonlijkheid van de moeder, de kennis van de vader om de verzorging over te nemen, de kwaliteit van de partnerrelatie en de sociale omstandigheden. Als je als moeder depressief bent, ben je minder emotioneel beschikbaar en minder gevoelig. Het kan zijn dat je de signalen van je baby anders of negatiever interpreteert, of je kan echter ook juist overstimulerend zijn en een indringende houding aannemen. Hierdoor kan het zo zijn dat je minder goed doorhebt wat je kind doet en wat het nodig heeft.

Wil je meer informatie over de oorzaken, gevolgen en op welke signalen je kan letten? Kijk dan op de website van Anne Marleen Meulink (ervaringsdeskundige), of lees haar boek Postpartum depressie.

Maar.. hoe kom ik er vanaf?

Je hebt dit artikel waarschijnlijk aangeklikt, omdat je wilt weten hoe je van je depressie af kunt komen. Daarom geven wij hieronder een aantal tips.

  • Wat belangrijk is als je kampt met een postpartum depressie, is om hulp te zoeken. Denk hierbij aan een vorm van ouder-kind behandeling of praten met iemand die je goed begrijpt.
  • Vraag niet teveel van jezelf, het is oké als het even niet zo loopt als je gedacht had. Het hoeft niet altijd perfect te zijn.
  • Zoek hulp, maar probeer ook hulp te accepteren. Je hoeft het niet alleen te doen en je mag best eens iets aan een ander overlaten. Je kunt bijvoorbeeld proberen om wat meer dingen aan je partner over te laten, zodat jij je rust kan nemen.
  • Probeer om dingen te gaan ondernemen. Ook al staat je hoofd hier waarschijnlijk helemaal niet naar, maar probeer iets anders te doen waardoor je afgeleid wordt. Denk na over wat je hiervoor erg leuk vond om te doen, vond je het bijvoorbeeld heerlijk om een stuk te wandelen of te fietsen? Probeer dit dan weer op te pakken!
  • En een van de belangrijkste dingen: praat erover!  Maak het kenbaar bij je partner en bij je omgeving. Wanneer zij op de hoogte zijn van jouw depressie, kunnen zij hier rekening mee houden en ook op inspelen. Heel belangrijk, ondanks jouw depressie kan je baby zich heel goed ontwikkelen als je samen met elkaar zorgt dat iemand je tijdelijk ondersteunt. 

Wat houdt zo’n ouder-kindbehandeling in?

Een ouder-kind behandeling kan de interactie tussen moeder en baby verbeteren en hierdoor het sturen en herkennen van de emoties van moeder en baby op gang brengen. In de behandeling van de relatie tussen moeder en baby ligt het accent op het verbeteren van het spiegelen-proces van beiden. Hierbij wordt er gekeken naar hoe jij op je baby reageert en hoe je baby weer op jou reageert. De behandeling is gericht op het veranderen van bepaalde negatieve opvattingen die jij of je baby kunnen hebben. Hierbij is het van groot belang voor de ontwikkeling van de baby dat jij jezelf ook kunt gaan zien als een individu, los van je rol als moeder. De relaties die je hebt met je eigen gezin, kunnen ook van invloed zijn op de relatie die je ontwikkelt met je eigen baby (1). Ook hier wordt naar gekeken. Het doel van deze behandeling is dat jij jezelf weer goed gaat voelen, over jouw rol als moeder, maar ook over je eigen persoonlijkheid.

Voor meer achtergrondinformatie en een lijst met behandelcentra kun je hier terecht. Praat mee over jouw depressie in de reacties hieronder.

Ook vaders kunnen kampen met een depressie. Heb je hier vragen over? Neem dan contact met ons op, dan kunnen wij ook hier een artikel aan wijden. 

(1) Rexwinkel, Marja. Handboek Infant Mental Health: Inleiding in de ouder-kindbehandeling, Van Gorcum